Sietskebosmadetail.jpg
linksrechtsmichielvannieuwlandmiddenhermanmulder.jpg
linksrechtsmichielvannieuwlandmiddenhermanmulder.jpg
Expositie

Leve de lino (en we helpen meteen wat misverstanden de wereld uit)

Druksels | grafiek | GRID | grafisch | lino | linosnede | Sietske Bosma | Herman Mulder | Michiel van Nieuwland | Carola Rombouts | Shelley Savor

Verbaasd staarde mijn vriend me aan. “Heb jij nog nóóit een lino gemaakt?” Vijf minuten na mijn bekentenis was hij nog altijd niet van de schrik bekomen. Ook volgens het GRID Grafisch Museum hebben we ‘deze kunstvorm allemaal weleens beoefend’ en behoort de linosnede tot ‘educatief erfgoed’. In de tentoonstelling Ode aan de lino komt de linoleumsnede in al zijn verschijningsvormen aan bod.

Wees gerustgesteld: ook als je nog nooit een guts in een stukje linoleum hebt gezet om het vervolgens ingerold met inkt op papier af te drukken, is de tentoonstelling in het GRID de moeite waard om te bezoeken. Ode aan de lino valt vooral op door de veelzijdigheid van de werken die te zien zijn. Acht kunstenaars laten een ieder kleine verzameling werk zien. Het levert een tentoonstelling van bescheiden grootte op, maar groot genoeg om de lof te zingen op de lino én om een paar misverstanden uit de weg te ruimen.  

Misverstand 1: een lino is makkelijk
Klinkt logisch als een basisschoolleerling het kan doen, toch? Als dit je mening is, ben je niet de enige die er zo over denkt. De linotechniek werd halverwege de negentiende eeuw ontwikkeld voor het onderwijs, als alternatief voor de houtsnede. De techniek had dan ook lange tijd geen status als kunstvorm. In de twintigste eeuw begonnen kunstenaars linosnedes te maken en pas na de Tweede Wereldoorlog brak een echte bloeiperiode aan. Ode aan de lino toont aan dat met de linosnede echt vakmanschap gepaard gaat, bijvoorbeeld in het werk van Carola Rombouts. Met een bijzondere manier van arceren stileert zij haar klassiek ogende portretten, die door het kleurgebruik en de applicaties van allerlei materialen een moderne verschijningsvorm krijgen.

De linotechniek had lange tijd geen status als kunstvorm

Misverstand 2: een lino is altijd klein
Als je op de middelbare school altijd in een lapje lino van 20 bij 20 centimeter hebt gegutst, leef je misschien met het idee dat alle linodrukken relatief klein zijn. Ook in het GRID worden heel kleine werkjes tentoongesteld, bijvoorbeeld die van de hand van Shelley Savor. Ook haar onderwerpen zijn klein en intiem. Het werk van Bert Brouwer is juist het tegenovergestelde van klein. In vijf enorme lino’s laat hij een duistere, industriële wereld tot leven komen. Mooi om te zien is hoe de zwarte lijnen als het ware weerspiegeld worden in de stalen constructie van het museum.

Misverstand 3: een lino is altijd stoer
Grafische vormen, stevige lijnen, dikke inkt, veel contrast: het werk van Herman Mulder, te zien in de tentoonstelling, voldoet in alles aan de verwachtingen van een stoere lino. In zijn werk zie je duidelijk zijn kinderdroom van architect terug; huizen en landschappen zijn belangrijke motieven. Het werk van Sietske Bosma is juist heel breekbaar en allesbehalve stoer. Ze maakt lieve kinderportretjes door een gemengde techniek te gebruiken. Haar lino’s hebben een beklemmende sfeer. Een andere exposant die afrekent met lino-conventies is Michiel van Nieuwland. Hij voert het idee van een oplage ook binnen zijn werk door, waardoor bijna quilt-achtige patronen ontstaan.

Misverstand 4: een lino maken is vreselijk
Toen ik rondvroeg in mijn omgeving kwamen mensen aan met ervaringen met linoleum die gingen van ‘ellende’ tot ‘levensgevaarlijk’. Toegegeven: een druktechniek die je de blaren op de handen geeft, geeft niet het grootste plezier in de wereld. Komt nog bij dat je gemakkelijk te veel materiaal wegsnijdt, wat frustrerend is, of zelfs pijnlijk, als je je eigen handen voor linoleum aanziet.

"Drukgang na drukgang na drukgang wordt de prent geboren"

Voor exposant Sietske Bosma is een lino maken juist het mooiste dat er bestaat: “De inkten, de pers, de mooie vellen papier met hun prachtige schepranden, het ambachtelijke proces, de weerstand die ik voel als ik in het linoleum snijd, de geur van drukinkt… Die maken dat er voor mij niets méér inspirerend is. Drukgang na drukgang na drukgang wordt de prent geboren.”

De echte lofzang zit ‘m natuurlijk in het geëxposeerde werk en niet in woorden. Dat werkt echt; er is zo veel moois te zien en te ervaren in Ode aan de lino. De expositie is absoluut een aanrader om je blik op beeldende kunst wat te verbreden, of je nu wel of geen (goede) herinneringen aan de lino hebt. En trouwens, heus niet alle resultaten van mijn kleine rondvraag waren kommer en kwel. Veel mensen noemen de lekkere geur van linoleum als herinnering of het rustgevende aan de activiteit. En het allermooiste devies: no guts, no glory!

Ode aan de lino is nog tot en met 15 januari 2017 te zien in GRID Grafisch Museum.

Tekst: Gerdine Kruizinga
Afbeelding 1:
Sietske Bosma, Fernweh nr. 5, 2016 (detail) via GRID Grafisch Museum
Foto 2 en 3: Sander van der Bij

Leestip!
Omdat lino’s vaak in oplage gemaakt worden, zijn ze een mooie optie voor als je betaalbare kunst in huis wilt halen. Check ons artikel voor 6 concrete tips.

Gerelateerde verhalen

Deel nu:
Scroll To Top