Paul.jpg
KS_Marike_Paul-12.jpg
KS_Marike_Paul-4.jpg
KS_Marike_Paul-9.jpg
Tentoonstelling

Kunstenaar Paul van der Eerden over de schoonheid van slappe borsten en stomme pogingen om te ontsnappen uit een mensenlichaam

Paul van der Eerden

Het werk van Paul van der Eerden (1954) is onder andere te vinden in Centre Pompidou in Parijs en onlangs heeft het Rijksmuseum 21 werken van hem aangekocht. Kunstspot sprak hem in Museum De Buitenplaats in Eelde, tijdens de laatste week van zijn tentoonstelling Sad Alchemy. “Ik wil gewoon weten hoe het voelt om iemand de nek om te draaien.”

Er hangen hier 225 werken van je, maar ze zijn allemaal heel verschillend, je zou bijna niet zeggen dat het allemaal door dezelfde persoon is gemaakt

“Ja, en dit is nog maar een fractie van mijn werk. Als je zo rondkijkt is het niet saai hè? Ik weet niet of ik een hele goede kunstenaar ben, maar als ik één kwaliteit in huis heb, dan is dat het. Mijn veelzijdigheid.”

Van der Eerden maakt een wijds armgebaar door de tentoonstellingszaal.  

“Veel tekenaars werken heel erg zoals ze dat op de kunstacademie voorschrijven: een trucje steeds opnieuw toepassen. Dat wil ik dus niet, dan verveel ik me. Ik wil steeds iets anders doen. Mijn werk is voortdurend in beweging, als ik iets heb gemaakt dat lijkt op eerder werk, dan doe ik het weg.”

Waar komt je inspiratie vandaan?

“Ik werk niet met een plan van aanpak, ik teken heel intuïtief. Als ik al weet hoe het eruit moet gaan zien, dan hoeft het niet van mij. Tekenen is ontdekken. Ik begin gewoon en zie wel wat er komt. Van daaruit ga ik nadenken en kijken: hoe kan ik deze tekening naar een hoger plan trekken? Dat betekent dus niet dat ik maar wat doe. Ik ben geen expressieve kunstenaar, het moet voor mij juist heel precies zijn. De lijnen moeten niet mijn emoties weergeven, daar gaat het me niet om.
Kijk, ik heb er natuurlijk wel allerlei ideeën en gevoelens bij, maar zodra een tekening af is, gaat het om wat het oproept bij de mensen die het werk zien. Ik ben het instrument.”

Sommige van je tekeningen zijn heel absurdistisch. Gebruik je wel eens drugs tijdens het tekenen?

“Nee. Dat gaat helemaal niet. Ik maak geen plan, dus ik moet scherp zijn tijdens het proces. Het is traag kijken en opmerken wat een beeld fysiek oproept. Tekenen is voor mij beslissingen nemen. Daar moet je helder voor zijn.
Soms kan een glas wijn of twee helpen om in een melancholische stemming te komen. Dat zet de creatieve sluizen open, net als een poos alleen in het buitenland wonen. Toen ik in Istanbul woonde verschenen er niet ineens allerlei minaretjes in mijn tekeningen, helemaal niet. Ver weg zijn helpt wel om me volledig in de werkflow te kunnen storten. Alles wat ik dan doe en zie brengt dan die melancholische stroom op gang.”

Hij draait zich om en wijst naar een tekening met een getekende omlijsting die kinderlijk wiebelig lijkt.

“Kijk, hoe beladen een beeld voor mij ook kan zijn, het moet allemaal heel precies zijn. Elk detail moet de betekenis van het totaalbeeld versterken. Groen vind ik bijvoorbeeld een vreselijke kleur, heel naargeestig. Die kleur gebruik ik dus als ik die sfeer in een beeld wil vangen, niet zomaar omdat ik in een park liep die dag.
Lijnen die slordig lijken zijn vaak wel drie keer opnieuw gedaan, eroverheen. Het lijkt een schets, maar dat is het niet. Soms mislukt het ook hoor.”

Wanneer is iets mislukt?

“Ik heb daar criteria voor.”

Wat zijn die criteria?

“Het moet goed zijn en af.”

Wat is goed?

“Soms worden mijn werken te sentimenteel, dan is het slecht. Bijvoorbeeld hier, in de serie Sad Alchemy, heb ik er een paar werken die wat minder sterk zijn. Deze serie gaat over het verlangen helemaal in iemand op te gaan.
Dat echte versmelten, dat gaat niet. Ik wil vorm geven aan dat gevoel, maar het kan snel te sentimenteel worden, kitsch. Dan zijn de tekeningen niet stevig. Dat vind ik niks, dan is het mislukt.”

En wanneer is het af?

“Als het tegen het randje aan zit van verzieken. Soms is een tekening goed, maar dan denk ik: het kan beter. Dan probeer ik iets en als dat niet blijkt te werken, dan is het verziekt.”

Heb je een voorbeeld?

Hij scrolt door de foto’s op zijn telefoon en komt uit bij een tekening van een vrouw.

“Het beeld zelf vind ik mooi. Die zware slappe borsten, dat haar onder die oksels, dat vind ik mooi.”

Hij zoomt in en houdt zijn telefoon wat verder van zich af. 

“Interessant, eigenlijk is hij wel goed als ik hem zo zie… maar het lijkt op een tekening die ik eerder heb gemaakt. Daarom was ik er niet tevreden over. Toen ben ik er verder mee gaan experimenteren om hem naar een hoger plan te krijgen. Dat is niet gelukt.”

Waar is het misgegaan bij deze tekening?

“Deze heb ik te snel gedaan, daardoor heb ik het verziekt. Soms maak ik een tekening en dan ben ik daar zelf mentaal nog niet aan toe, dan begrijp ik nog niet wat ik aan het maken ben. Vaak als ik het niet weet dan laat ik een tekening een half jaar liggen.”

Er komt veel naakt voor in je tekeningen

“Kijk, wat mensen in mijn werk zien heb ik niet in de hand, maar ik hoop dat ze een fysieke ervaring krijgen als ze ernaar kijken. Er komen bij mij daarom ook veel lichaamsdelen voor in mijn tekeningen.
Tekenen zelf is ook een fysiek iets. Mijn geheugen zit hier.” Hij wijst naar zijn arm. “Borsten heb ik voorbeeld altijd heel mooi gevonden. Dat puntige strakke hoeft allemaal niet zo voor mij. Ja, dat is ook leuk natuurlijk, maar dat zware, slappe spreekt me veel meer aan. Dat kun je voelen als je het ziet. Dat vind ik prachtig en heel interessant om te tekenen.”

Van der Eerden beweegt richting een klein tekeningetje waarop een verschrompelde vrouw met groenige gelaatstrekken te zien is.

“Deze hier heeft dat voelbare ook. Dit is mijn schoonmoeder op haar sterfbed. Zoals op de tekening, zo zag ze er ook uit. Een totaal gerimpeld mensje van 91. Ze was nog maar 35 kilo ofzo, zulke dunne polsjes...”

Hij staart naar de tekening.

“Heb je wel eens iemand zien sterven?”

Nee, niet live…

“Het is griezelig en prachtig tegelijk, werkelijk heel fascinerend. Zij heeft een mooi leven gehad.  Ze was het zat. Als iemand voldaan en werkelijk ‘op’ het leven verlaat, dan is het sterven een prachtig iets om te zien. Ze had een groot oog dat naar buiten stond, dat andere oog was dicht en de mond was half open. Ik heb dit niet ter plekke gemaakt, maar achteraf. Ik ga me dan echt verbeelden: hoe zag het er uit; hoe adem je als je dood gaat, hoe kijk je?”

Ik zie wel meer beelden met een melancholische of duistere sfeer

“Ja, dat soort dingen vind ik interessant. Hoe voelt het om te sterven en kan ik dat gevoel vormgeven? Of andere naargeestige of lugubere dingen; hoe voelt het om iemand de nek om te draaien? Niet dat ik dat ga doen hoor. Maar ik zou wel willen weten hoe het voelt. Daarom teken ik het.”

Hij wijst naar zijn lichaam.

“Ik zit hierin opgesloten. Hier kom ik nooit van mijn leven uit. Dat wil ik wel. Dan zijn er mogelijkheden zoals drank, drugs, seks, religie, maar dat doe ik allemaal niet, of met mate. Dus, hoe ga ik daar dan aan ontsnappen? Dat is een wezenlijke vraag. Voor mij dan.”

En tekenen is het antwoord daarop?

“Nee, natuurlijk niet, dat is gewoon een stomme poging. Het geeft ook geen bevrediging. Uiteindelijk.”

Hij wijst naar een potloodtekening van twee badeendjes, of ogen, wat je er in wilt zien, omgeven door meanderende lijnen.

“Dit hier is een van de mooiste tekeningen die ik gemaakt heb, vind ik, maar is dat bevredigend?
Nee. Want ik moet er meteen weer een maken. Ik kan mijn werk wel goed vinden, maar bevredigend is het nooit. Want als ik iets goed vind van mijzelf, dan moet ik dat meteen overtreffen. Als ik het dan verziek, ja dat is heel vervelend.”

Hij draait zich van zijn werk af.

“Weet je, ik praat ook niet echt graag over mijn werk. Daarom heb ik ook eigenlijk een  hekel aan openingen, ik blijf het vervelend vinden. Het Rijksmuseum heeft laatst 21 tekeningen van mij aangekocht, daar ben ik natuurlijk wel trots op. Toch sta ik daar op een opening te schutteren en voel me net zo lullig als vroeger. Ik weet ondertussen best dat ik wat kan en dat ik een best een goede tekenaar ben, maar die openingen met mannen met designbrillen, daar heb ik nog steeds niks mee.
Het is werk, het hoort erbij. Je moet het doen om mensen te leren kennen, maar ik praat op openingen liever over Indonesische gerechten die ik graag kook, dan over mijn werk.”

We hebben nu toch al bijna een uur over je werk gepraat…

“Met jonge mensen vind ik het nog wel redelijk leuk hoor.”

Tekst: Marike Masker
Foto's: Sander van der Bij

Activiteiten bij dit item

Deel nu:
Scroll To Top