Vaas Hayon.jpg
Lezing

Deze gevaren liggen op de loer voor een museumcollectie

Stel: je werkt voor een groot museum met tienduizend stukken in de collectie. Waar sla je je waardevolle museumstukken veilig op? En hoe zorg je ervoor dat je niets kwijtraakt, dat niets beschadigt of kapot gemaakt wordt? Het Groninger Museum vertrouwt haar collectie toe aan de deskundigheid van Jenny Kloostra, conservator collecties. In een lezing vertelde ze over haar dagelijkse werkzaamheden en opende ze onze ogen voor wat er eigenlijk allemaal mis kan gaan… als het museum niet op alles (behalve de zombie-apocalypse) voorbereid zou zijn.

Je kunstwerk is kwijt

Een fietssleutel, afstandsbediening of aardappelschilmesje; iedereen raakt weleens iets kwijt. Maar een uniek museumstuk missen, daar lig je wel even wakker van. Toch gebeurt het ieder groot museum, met duizenden grote en kleine stukken onder zijn hoede, weleens dat een kunstwerk zoek raakt. Het is dus niet voor niets dat de 50.000 objecten van het Groninger Museum tegenwoordig voorzien zijn van 50.000 nummertjes. Bovendien is er iemand non-stop bezig om plank voor plank objecten om te draaien, nummers te checken, om vervolgens te controleren of het object in het registratiesysteem staat, om dan te vermelden op welke plank het waar gezien is. Maar hoe secuur dit werkje ook gebeurt, het blijft een collectie waarmee gewerkt wordt.
En hoe erg het ook is om iets kwijt te raken, nog blijer ben je als je het terugvindt: nadat het museum schoorvoetend had moeten toegeven een beeldje van een hond kwijtgeraakt te zijn, vond men het figuurtje - niet groter dan vijf centimeter - terug op de zolder van een borg waaraan wat items waren uitgeleend.

Beschadigingen aan je dure doek

Een ongeluk zit in een klein hoekje, en dat geldt zeker als je dagelijks in de weer bent met waardevolle spullen. Helemaal als je deze gaat vervoeren. Jenny Kloostra: “Als je iets gaat vervoeren krijg je te maken met trilling. En als je te maken krijgt met trillingen, dan gaan soms dingen los. En wat je nooit zou willen, is dat een zwevend spijkertje een doek beschadigd.” Om deze ‘kleine’ ongelukjes te voorkomen zijn Kloostra en haar depot-collega’s constant bezig met preventieve conservering. Zo is het verstevigen van de inlijsting van schilderijen belangrijk om ‘wappering’ van doeken te voorkomen: wat niet alleen gunstig voor de verflaag is, maar waardoor schilderijen ook beter uitgeleend kunnen worden. En dat laatste is belangrijk om ervoor te zorgen dat je collectie-items zo vaak mogelijk te zien zijn, niet alleen in je eigen museum, maar ook daarbuiten.

Een bezoeker stoot je porselein aan diggelen

Je kunt je uiterste best doen om een kunstwerk te beschermen op transport, maar wat doe je als een bezoeker van het museum per ongeluk een vaas aan gruzelementen stoot? Het gebeurde het Groninger Museum in 2014. Een man maakte foto's van het door Jaime Hayón ontworpen informatiecentrum en wandelde achteruit een tachtig kilo zware vaas om. Krijg je ook al de zenuwen bij het zien van een kunstwerk in duizend scherven? Weet dan dat de schuldige in ieder geval niet zelf voor de schade opdraait, het museum is tegen ongelukken verzekerd. Bij aanschaf van een stuk wordt de vervangingswaarde bepaald en na een ongeluk wordt bepaald of een vergelijkbaar werk als vervanging wordt aangeschaft. “In het geval van de vaas had men geluk,” zegt Kloostra, “Jaime Hayón is nog springlevend.” De kunstenaar uit Madrid heeft een nieuwe vaas gemaakt, dit keer beschilderd met afbeeldingen van het incident.

Je antieke schilderijen ‘huilen teer’

Conservators en restaurators moeten niet alleen nieuwe schade aan kunstwerken voorkomen. Ook fouten die zijn gemaakt tijdens het maakproces of bij eerdere herstellingspogingen krijgen ze op hun bordje. Zo werd in de negentiende eeuw op schilderijen vaak gewerkt met een teerhoudende grondlaag. Honderdvijftig jaar later komen er teerdruppels door de verf naar buiten: “De schilderijen huilen”, noemt Kloostra dat. Ook hebben schilderstukken soms gehangen in ruimtes waar veel gerookt werd, en moet de vernislaag verwijderd worden om de oorspronkelijke kleuren weer terug te brengen.

Over de juiste restauratiemethodes verandert men ook weleens van gedachten. Niets geeft voor een restaurator zoveel tandengeknars als het werk van zijn of haar collega vijftig jaar geleden. Zoals wanneer een schilderij een extra steundoek achter het oorspronkelijke doek heeft gekregen, dat is vastgemaakt met was. Het steundoek is erop gestreken, wat de verf op de voorkant platgedrukt en glimmend gemaakt heeft. Zo'n ingreep is niet meer terug te draaien, maar het beleid is wel veranderd: tegenwoordig wordt er zo min mogelijk bewerkt aan het schilderij zelf en zijn deze ingrepen altijd terug te draaien, mochten generaties na ons andere ideeën krijgen.

Het kanaalwater stroomt de expositieruimtes in

De lof op het gebouw van het Groninger Museum is vele malen gezongen, maar een museum als eiland heeft één groot nadeel: wat doe je als het water stijgt? Het is een paar keer gebeurd dat het water in het kanaal zo hoog kwam dat het door de onderste ramen naar binnen dreigde te stromen. Bij een dergelijke crisis treedt in een museum het 'Collectie Hulpverleningsplan' in werking. Het is te vergelijken met een bedrijfshulpverleningsplan, maar dan voor kunst. In januari 2012 moest de onderste verdieping 's avonds in alle haast ontruimd worden. Verschillende exposities, onder welke de modetentoonstelling van Azzedine Alaïa, werden naar een hogere etage of de toren verplaatst. Het resultaat was een georganiseerde chaos, maar alle stukken bleven gespaard.

 

Tekst: Minke van der Velde en Annejet Fransen
Beelden: © Groninger Museum
Afbeelding schilderij: Hendrik Willem Mesdag, Zeegezicht, waterverf op papier (s.a.) via Wikipedia.

Gerelateerde verhalen

Cookieverklaring

Deze website maakt gebruik van cookies om je websitebezoek ‘slimmer’ te maken en omwille van statistieken.
Meer weten? Lees onze cookie-verklaring of pas je instellingen aan.

Deel nu:
Scroll To Top