723800464.jpg
P1100216 (1).JPG
Installatie

Aan dit werk kan Freud een puntje zuigen: Peter Zegveld in het Tschumipaviljoen

Kunstenaar Peter Zegveld (1951) heeft het Tschumipaviljoen aan het Hereplein getransformeerd tot een denkbeeldig mausoleum voor een opgebaard wezen. "Hij heeft wel een mondje aan de voorkant, een beetje aarsachtig. Een kringspier eigenlijk." We vroegen hem naar het idee erachter. Een gesprek. 

Wat ben je hier allemaal aan het doen?

“In het Tschumipaviljoen installeerde ik de Amoebe Spiritus, een soort eencellige. Ik ben gevraagd door het Tschumipaviljoen, die hebben een curator en die kiest dan een kunstenaar; in dit geval een hele goede. Dan ga je eerst eens kijken op locatie. Het Tschumipaviljoen is een transparante ruimte waar je dwars doorheen kan kijken. Dit gaf mij meteen het idee: hoe kan ik dit transparante object niet-transparant maken, maar dan weer wel, en dan weer niet! Door het paviljoen te vullen met een vorm die het op kan vullen en dan weer kan deformeren. Uiteindelijk heb ik dus een vorm erin, die ik een amoebe heb genoemd, een beetje vormeloos. Hij heeft wel een mondje aan de voorkant, een beetje aarsachtig. Een kringspier eigenlijk. Dit zit ook vast aan een ventilator. Dit is dus het werk wat ik heb geinstalleerd en wat er een tijdje blijft staan en ik denk dat ik een gevierd man in Groningen ga worden.”

Hoe reageert het werk op de omgeving van het paviljoen?

“Omdat ik een werk heb gemaakt dat in de openbare ruimte staat, communiceert het werk met voorbijgangers en beweging. Het paviljoen staat in het midden van een rotonde. Je hebt hier dus tegelijk daarvan een rotatie en van mijn werk het lineair erectieve. Het doet mee. Het doet mee, en het is nutteloos.”

Lineair erectieve?

“Dat is alleen maar een vormvergelijking. Aan dit werk kan Freud een puntje zuigen. Leuke kop ook: ‘Aan dit werk kan Freud een puntje zuigen: Zegveld in het Tschumipaviljoen’.”

Wat betekent het werk?

“Ik maak geen conceptkunst. Ik maak real stuff. Eén op één. Uiteindelijk gaat het om het werk zelf en niet om het verhaal. De conceptkunst zet een glas water neer en zet erbij, dit is een eik. Wat je ziet is iets anders, dat heet concept. Ideeënkunst, dat is Plato. Maar ik ben aristoot. Ik ga uit van de zintuiglijkheid. En door!”

Hoe zit dat met al die filosofie dan?

“Dat heb ik net gezegd, daar ben ik mee klaar. Ik ben een beeldend man, geen filosoof.”

Hoe klinkt je werk?

“Het enige geluid is de ventilator. Het heeft geen schoonheid en komt eigenlijk voor het effect. De akoestiek is vrij amuzikaal, terwijl je elk geluid muzikaal kan gebruiken. Hier kan je bijvoorbeeld het geluid van een sopraan bijvoegen, een vrij muzikaal geluid: “zoeeeeeeeee!!!” Het zou ingebed moeten worden met een ander geluid, dan is het goed. Ik houd bijvoorbeeld niet van dwarsfluit, dat vind ik té mooi, maar dat kan je ook goed doen! Ook het ontharen van een pleister vind ik zo’n mooi geluid. Oh, ik moet wel to the point blijven”

Hoeft niet, uitwijden is goed.

“Zit je in therapie? Ik hoorde ‘uitwijden is goed’. Dat is echt zo een encounter dingetje.”

Oh.

“Weet ik niet hoor. Ik ben lid van een broodfonds. In die groep waar ik in zit, zitten heel veel van die trainingsmensen. Dan zit je naamsticker op de verkeerde plek en zeggen ze: “Je hebt heel veel mensen laten lijden.” Die doen van die Amerikaanse spelletjes en daar hoort ook bij ‘uitwijden is goed’. Van die formats om jezelf te vinden.”

Wat vind je daarvan?

“Zum kotzen Herr Major!”

Wat doe je in dit werk wat je nog niet eerder hebt gedaan?

“Het werk is groot, zo een vorm, vol met lucht. Ik heb ook nog niet veel met lucht gewerkt, wel met stem en geluid. Hier moet ik dan ook uitrekenen hoeveel kubieke meters erin gaan, kijken wat voor apparaat geschikt is. Moet je gaan experimenteren in het atelier. Hier ik heb ook pneumatiek gebruikt.”

Kun je meer vertellen over die pneumatiek?

“Nou, dan moet je een natuurkundeboek zoeken. Onder de pneu. Ik weet alleen maar dit: dat het werkt. Ik zoek het niet technisch uit, maar op trial en error. Dan heb je een idee en dan ga je dat onderzoeken. Dan is er niemand die kan helpen en ga je het zelf proberen. Voor je het weet kan je het. We kunnen alles.”

Amoebe Spiritus is tot 11 november 2018 te zien in het Tschumipaviljoen.

Tekst en foto Peter Zegveld: Michiel Teeuw
Video en foto installatie: Stichting Tschumipaviljoen

Gerelateerde verhalen

Deel nu:
Scroll To Top