Otto Krol 1
Otto Krol 2
Otto Krol 3
Schilderkunst

Losjes, maar toch precies – De schilderingen van Otto Krol

Na jaren in Amsterdam te hebben gewoond is de Groninger Otto Krol (1949) terug in zijn geboorteplaats. En daar mogen we trots op zijn. Binnenkort exposeert hij in Galerie Noord met Stadslicht. Krol schildert kleurrijke, bijna abstracte schilderijen van beelden die je elke dag ziet, maar waar je nog nooit zo naar hebt gekeken. Een huis, een boot, een fabriek. Wat drijft deze kunstenaar? Kunstspot ging bij hem langs in zijn nieuwe atelier.

Wie Krols atelier boven openluchtzwembad de Papiermolen bezoekt, lijkt eerst door een van zijn schilderijen te lopen. Het bad is leeg en het enige wat je ziet zijn vlakken: een groen, leeg grasveld, een leeg bad en een duikplank waar je maar beter niet vanaf kunt springen. Die vlakken passen bij Krol, het is alsof hij zijn atelier op de omgeving gekozen heeft. Krol: “Toen ik gepensioneerd werd dacht ik: ik wil niet thuis blijven zitten de hele dag. Toen heb ik een atelier in de Bijlmer gehuurd. Nu ik ben verhuisd dacht ik: dan moet ik in Groningen ook een atelier hebben.”

"Als je zo realistisch schildert komt de vraag op wat dan nog het verschil is met een foto."

Een kunstzinnige familie

Krol komt uit een kunstzinnige familie. Als ik vraag waar zijn interesse voor kunst vandaan komt zegt hij dan ook: “We hebben schilders in de familie, zoals mijn broer Edzard. Zijn zoon is weer vertaler. Edzard was een voorbeeld voor mij, door hem is mijn drang om te tekenen ontstaan. Ook had ik een neef die veel zeegezichten schilderde. Mijn broers waren veel ouder dan ik en ik kon goed met ze opschieten. We bezochten geen musea, maar er werd thuis wel veel naar klassieke muziek geluisterd.” En dan had hij natuurlijk ook nog zijn broer Gerrit Krol, die dichter was. “Hij was ook wel een voorbeeld. Ik dacht: hij uit zich op dat vlak, dan probeer ik me op dit vlak te uiten.” Dat Otto vaak gezien werd als ‘het broertje van’ maakt hem niet uit: “Hij was toch een voorbeeld, een rolmodel, dus dat was totaal niet iets om me voor te schamen. Hij was altijd heel stimulerend voor mij.”

Zowel Otto als zijn broer Gerrit werken naast hun artistieke carrière ook als automatiseerder. Op het eerste gezicht een gekke combinatie, die bij de schilder ontstaan is uit noodzaak: “Ik ben na mijn tekenopleiding een tijdje tekenleraar geweest, maar kon totaal geen orde houden. Mijn vader zei altijd: je kunt wel een kunstopleiding doen, maar je moet ook je geld verdienen. Zodoende werd ik tekenleraar. Toen ik dat lang genoeg had geprobeerd, werd ik automatiseerder.”

Schilderijen die bijna niet van foto's te onderscheiden zijn

Krol volgde een opleiding aan Academie Minerva, waarna hij schilderijen maakte die bijna niet van foto’s te onderscheiden waren. “In mijn tijd bij Minerva kwam het fotorealisme op, waarbij je dingen – zoals auto's en machines – schilderde alsof het een foto was. Mijn aandacht voor het gewone is hier wel ontstaan. Maar als je zo realistisch schildert dringt de vraag zich op wat dan nog het verschil is met een foto. Ik koos zelf vaak een bepaald beeld of object en daar haalde ik dan wat uit, dus ik componeerde wel. Daardoor kwam het selectieve en de strakheid in mijn werk terecht.”

Die aandacht voor het gewone en de selectieve, strakke stijl is nog steeds in Krols werk te herkennen. Toch zijn de schilderijen veel abstracter dan fotorealistisch na Krols opleiding. Krol: “Ik ben uiteindelijk veel mensgroepen gaan schilderen, die ik niet heel precies en strak schilderde, maar meer in lichte en donkere vlakjes. Dat deed ik best wel schetsmatig. Misschien dat ik hiervandaan wel wat losser ben gaan schilderen, weg van dat hele strenge.”

Van mensgroepen naar beelden uit de stad

Deze mensgroepen hadden een bepaalde aantrekkingskracht. “Ik vond alle rondingen bij groepen mensen fijn en de ritmische indeling van de vlakken en schaduwen, de lichtplekjes erop. Een jasje wordt op die manier meer een samenspel van vlakken.” Zag hij dan ook mensen, of alleen vlakken? “Nee, ik zag wel mensen. Als je iets verkeerd gaat doen, een hoofd wordt te groot of zoiets, dan wordt de verhouding anders en gaat dat storen. Het moet wel mens zijn, de verhoudingen moeten kloppen. Een arm moet niet een houten staaf worden.”

Geleidelijk is er een verandering in het werk van Krol te zien. Geen groepen mensen, maar gebouwen en andere beelden uit de stad zijn nu het hoofdthema in zijn werk. “Op den duur dacht ik: wat ik ook doe, het wordt niet beter. Ik begon altijd met veel ideeën: ik wil dit, ik wil dat… maar het kwam er niet uit. Toen ben ik langzaam overgegaan op andere onderwerpen. Om op een nieuw pad te komen, heb ik op papier geschilderd. Elke dag heb ik een ander onderwerp gekozen. Wat zal ik vandaag eens doen? Nou, dat ging ik dan doen. Maar ik ging er nooit langer mee bezig dan een dag. Dat heb ik 100 dagen volgehouden. Zo kwam ik uit mijn stramien. Uiteindelijk kijk ik nu naar perspectivische structuren. Mijn humeur, of het onderwerp, leidt me soms weer tot iets anders. Je moet je intuïtie ook een beetje kunnen laten werken.”

"Soms kun je jezelf verrassen in iets wat je zelf niet had verwacht."

Hoe herken je een echte Otto Krol?

Hoewel Krol verschillende onderwerpen schildert, is toch altijd zijn unieke stijl te herkennen. Maar waar zit ‘m dat in? Hoe herken je een echte Otto Krol? Krol: “Op een radioprogramma werd hoorde ik de term ‘losjes, maar toch precies’ vallen. Als iemand dat over mijn werk zou zeggen, dan vind ik dat fijn. Dat is waar ik naar streef. Mijn werk is precies omdat het alles op duidelijk op zijn plek staat, het waaiert niet uit. Maar mijn werk is losjes door het transparante gebruik van de verf, mijn schilderijen zijn niet overal even dik. Soms komen er dingen in een schilderij die ik niet had gewild. Vaak laat ik me leiden door wat ik net gedaan heb en dan denk ik achteraf ‘dat had ik nou niet van mezelf verwacht’ of ‘dat lijkt nergens op’. Soms kun je jezelf verrassen in iets wat je zelf niet had verwacht.”

Bijna alles wat Krol maakt is gebaseerd op eigen foto’s. “Thuis heb ik zo’n 36.000 foto’s op de computer die ik heel goed moet ordenen. Vaak maak ik een uitsnede van een foto, en zelfs binnen die uitsnede laat ik dingetjes weg.” Wanneer ik Krol vraag of hij nog bepaalde dromen heeft, begint hij diep na te denken. ‘Wat zal ik zeggen… ik wil natuurlijk nog een keer een meesterwerk maken, of een aantal meesterwerken of wat dan ook. Kritisch over zijn werk is Krol niet zozeer. "Ik denk weleens: ik doe mijn best, en dan kies ik zelf wat het beste gelukt is. Als ik dan de beste kies van wat gelukt is, dan is dat wat ik kan. Meer is er niet."


Krols expositie ‘Stadslicht’ is nog tot en met 25 mei te bewonderen in Galerie Noord (Nieuwstad 6, Groningen). Wie nu al benieuwd is naar zijn schilderijen, kan voor een uitgebreide verzameling terecht op de website van Otto Krol.

Tekst: Philip Rozema
Foto's: Lisa Jasperina Bommerson

Activiteiten bij dit item

Gerelateerde verhalen

Scroll To Top